Bagels & Beans
home Bagels & Beans Winkels Bagels bestellen Franchise Contact Links

 

Wat is Bagels & Beans?

Wat wil Bagels & Beans?

Weet wat je eet

Wat is een Bagel eigenlijk?

De mooiste robijn

De uitspraak

De mooiste robijnDe mooiste robijn

Lydia van der Weide

We schrijven het eerste jaar van de jaren twintig. Een jonge Zweed, Janson geheten, besluit zijn geluk elders in de wereld te beproeven. In de havenstad Malmö monstert hij aan op een schip dat hem naar Midden- Amerika brengt en na een lange tocht leggen zij aan in Panama. Meteen weet hij: hier is het, hier ligt mijn bestemming. Hij bedenkt zich geen ogenblik, stapt zonder verdere plichtplegingen van boord en begint fris aan zijn nieuwe bestaan. Hij wordt succesvol met een eigen onderneming. Hij trouwt een Amerikaanse vrouw en krijgt elf kinderen. Eén van die kinderen is zijn zoon Carl Janson. Over hem gaat dit verhaal. En over een bijzondere koffieplantage in Panama. En over koffie zelf. Het werd in Amsterdam uit Carl Jansons mond opgetekend, in het najaar van 2005.

Carl Janson"Er is een moment in een koffieplantage dat met niets te vergelijken valt, een moment dat twee dagen duurt. Het doet zich voor rond april, wanneer de koffiebomen in volle bloei staan. De hele plantage ziet stralend wit door de uitgekomen bloesem. Alsof het de nacht ervoor gesneeuwd heeft. De lucht vult zich met een overweldigende jasmijngeur. Het gezoem van bijen is overal. Die twee dagen voel ik me volkomen met de plantage verbonden. De schoonheid is dan zo tastbaar. Ik doorkruis de plantage eindeloos in alle richtingen en weet dan dat alles goed is.

Ik was begin veertig toen ik mijn leven drastisch veranderde. Ik verklaarde mezelf gepensioneerd – maar niet in ruste! – en ik ging in Parijs studeren, reisde veel, en genoot jarenlang met volle teugen van mijn nieuwe bestaan. Totdat mijn weg mij bijna als vanzelf terugvoerde naar Panama. Met drie broers deed ik in bodemonderzoek op de hellingen van de vulkaan Baru, het land van mijn vader. We wilden dit land gaan verbouwen. De keus viel op koffie, het kon niets anders zijn dan dat. Ik wist niet veel over koffie of de groei van koffiebonen, laat staan over het reilen en zeilen van een koffieplantage. Maar onze voorbereidingen waren grondig en langdurig. We gingen van start.
Ik wilde teruggeven wat Panama mij had gegeven. Het was een dierbare wens van mijn vader dat we ooit als familie zouden samenwerken. De koffieplantage heeft ons inderdaad weer samengebracht. Ieder bracht zijn eigen vaardigheden mee. Het grappige is dat ik nu weer fulltime werk op een leeftijd dat mijn vader er juist mee ophield! En de plantage werd een succes…

PanamaIk ben als Panamees geboren in 1942 en groeide op in een gebied waar koffie van groot belang is. Mijn vader was een Zweedse emigrant, dat was hij al vanaf zijn achttiende. Werkte zijn weg omhoog vanuit de jungle in een bananenplantage en zette zich al spoedig in op een kleine scheepswerf. Veel later werd hij hiervan zelfs de eigenaar en pakte de zaken goed en groot aan. Hij vervoerde koffie van Colombia naar New York en voer volgeladen met fabrieksgoederen weer terug. Hij was een geslaagd zakenman geworden. Jaren daarvoor had zijn Zweeds bloed hem doen verlangen naar de koelte en hij verhuisde in de jaren dertig naar Vulcan Baru, gelegen op 1500 meter boven zeeniveau. Hij kocht daar een boerderij, omgeven door maar liefst 1200 hectare land ‘ Daar bracht hij zijn elf kinderen naartoe. Wij erfden het in 1971. Mijn moeder leeft nog, ze is nu 92. Ze is de enige nog levende passagier van hen die in augustus 1914 voor het eerst het Panamakanaal doorvoeren, ze was toen zes weken oud! Ondanks haar hoge leeftijd zet zij zich nog steeds in voor de armen in Panama. Met mijn vader leidde zij een veelbewogen leven en bouwde alles op vanuit het niets. Mijn moeder kent alle facetten van het leven.

Als ik terugkijk naar mijn jeugd realiseer ik me dat ik mijn vader niet vaak zag. Zijn manier van werken bestond er vooral uit door altijd dáár te zijn waar het nodig was. Zijn persoonlijke aanwezigheid en toezicht bezorgde hem zijn succes. Hij reisde dus voortdurend. Op de boerderij werd vee gehouden voor melk en vlees. Hij werd een herenboer. In 1965 werkte ik voor mijn vaders bedrijf. Ik leerde alles van hem. Toen hij aangaf met pensioen te willen, hoopte hij dat ik het zou overnemen. Maar ik wilde het op mijn eigen manier doen. Ik deed in tankers en chartertransport. Ik bezat zelf geen schepen maar zorgde voor het volledige vervoer van A naar B. De zaken gingen zo goed dat ik ophield met werken toen ik 42 was. Mijn leven kwam werkelijk op een keerpunt.

Na mijn pensioen was het ook weer niet zo dat ik werkelijk rijk was, maar ik wilde vooral stoppen met het leven dat ik leidde. Mijn vrouw en kinderen zagen mij weinig. In dat opzicht leidde ik eigenlijk het leven van mijn vader. Hij stopte met werken toen hij zestig was en stierf vijf jaar later. Ik wilde het per se anders doen. Enkele jaren daarvoor was ik gescheiden van mijn vrouw, we hebben twee kinderen en we zijn nog steeds de beste vrienden. En nu koos ik ervoor om eindelijk te gaan doen wat ik altijd had willen doen, maar waar ik nooit tijd voor had. Dat was schilderen. Ik ging naar Parijs, leerde schilderen en beeldhouwen en ik werd een bohémien! Ik studeerde aan de Grande Chaumière, de beroemde academie waar ook grootheden als Paul Gauguin studeerden, het bestaat nog steeds. In 1990 ontmoette ik Haydee, in Puerto Rico. Ze verliet haar familie, haar werk en haar land om met deze gepensioneerde schilder/bohémien mee te gaan! We kochten in Frankrijk een zeilboot. We zeilden elke zomer, soms over grote afstanden, de Franse binnenwateren af. De boot lag in Antibe. We speelden zelfs met de gedachte om reisjournalisten te worden.

Ik ben een man die in graag in dimensies denkt. Ik vraag me bij dingen altijd af hoeveel dimensies zij hebben. Waterverfschilderijen zijn tweedimensionaal. Ik houd van de vele dimensies die het leven heeft. Ik ben iemand die zijn vleugels graag uitslaat, in alle richtingen. Daardoor raakte ik langzaam maar zeker weer betrokken bij onze boerderij in Panama. In 1989 deden we al een studie naar de boerderij. Bodemonderzoek van ons land. Ik en drie andere broers kochten het land van onze familie. Een van die broers studeerde landbouwtechnieken. We deden een studie naar alle mogelijkheden die de grond bood. Experts kwamen met maar één oplossing: koffie! De hoogte, het klimaat, de bodem, alles wees in die richting. Het grappige is dat deze boerderij al koffie verbouwde vele jaren voordat mijn vader het kocht. De toenmalige eigenaren stopten ermee en het bos nam het land weer over. Nog steeds staan er koffiebomen uit die tijd in het woud! Eigenlijk gaven we de grond, nadat hij twintig jaar gerust had, zijn oude bestemming terug. Er lagen nog veel weidevelden, die voor het vee bestemd waren geweest. En precies dat gedeelte gebruiken we nu. Dat is de 130 hectare die we voor koffie gebruiken. Groter dan dat willen we het ook niet maken.

Nadat je koffiebomen plant moet je nog 4 à 5 jaar wachten voordat je de eerste keer kunt oogsten. We gebruiken alles wat de boom loslaat als bemesting, door middel van microorganismes. Wanneer dat niet genoeg is kijken we wat de grond precies mist. We maken elke twee jaar bodemanalyses om te zien of er bepaalde mineralen nodig zijn. Het is mogelijk om geen pesticide te gebruiken. Maar dat houdt wél in dat we na elke oogst de plantage helemaal moeten opruimen en schoonmaken! Er mag niet één rottende kers achterblijven want die trekt insecten aan. Zoals de broca die tot plaag kan uitgroeien. Onze plantage ziet er dus als om door een ringetje te halen, zo schoon. Eigenlijk als een echte tuin! De pulp van de boon is de beste meststof die er is. Maar daar heb je niet gewoon genoeg van. Dus soms we moeten chemische bemesting toevoegen wanneer dat nodig is. Dat zie je al het groeien van de bomen. Onze grootste zorg is om de grond gezond te houden, in balans. Wat je eruit haalt stop je er weer in, maar méér hoeft dus niet. Om het land te onderhouden doen wij bijna alles handmatig, zelfs het wieden van onkruid. Sommige boeren volgen onze methode. Er komen er ook steeds meer bij. De mensen beseffen dat grond als een bankrekening is, waarvan je niet maar voortdurend geld kunt opnemen. Dan raakt het snel op. Wat wij doen en willen doorgeven is denken op de lange termijn.

ParadijsHet is niet zo dat we gewoon maar koffie wilden verbouwden. We laten ons leiden door onze levensfilosofie. Panama veranderde in 1990 razendsnel, in politiek opzicht. Daardoor werd er weer geïnvesteerd. Ook dat is de reden dat wij terug wilden. Om de mensen in de dorpen te helpen iets op te bouwen. Er was en er is veel armoede in Panama. Onze filosofie komt er op neer dat we een winstgevend bedrijf wilden starten. Maar niet zonder daarin de zorg op te nemen voor de mensen die bij ons werken en het milieu. Dus we verdiepten ons in organische landbouw en waren ons ervan bewust dat ons werk het ecosysteem zou beïnvloeden. Onze koffievelden grenzen niet alle aan elkaar, zij liggen verspreid over het hele gebied. Dat laten we zo, want op die manier beschermen we het woud en alles wat er leeft. We hebben verschrikkelijk veel exotische vogels in ons gebied. Wij wonen aan de rand van een van de twee kratermeren, het is er zo ongelooflijk mooi. Ons kleine paradijs.

KinderopvangWe werken samen met Panamese ministeries en internationale organisaties. We hebben ook volwassenenonderwijs, voor mensen die nooit naar school gingen. We hebben zomerkampen voor kinderen, we bieden veel voorzieningen. Medische en tandheelkundige zorg zijn gratis. Het dorp van onze arbeiders ligt vlakbij. We pikken ze op per bus. De kinderen gaan dan naar school. We hebben voor de kleinsten kinderopvang geregeld. Er zijn ook wel mensen die op de boerderij willen wonen, daar hebben we woongelegenheid voor. Op onze school geven we Engelse les en computeronderricht. We hebben niet het gevoel aan liefdadigheid te doen, maar we investeren in onze arbeiders. We verbeteren hun leven en daarmee het onze ook. We zijn als het ware een gemeenschap, wij horen daarbij en zij ook. De president van Panama heeft onlangs een wereldwijde actie tegen kinderarbeid gesteund. Hij vereerde ons met een bezoek om zijn woorden kracht bij te zetten. Dat was een groot feest met meer dan vijfhonderd mensen. We hebben nu meer dan honderd mensen in dienst. Die voorheen werkeloos waren. In de oogsttijd hebben we nog enkele honderden arbeiders meer nodig. Die trainen we vooraf. 75% van hen is Indiaans, de overigen zijn Latino’s. Haydee en ik werken volledig samen. Zij is verantwoordelijk voor het sociale deel van de plantage.

Koffie is een bijzonder product. Het heeft een eigen kwaliteit, een eigen smaak, een eigen geur, een eigen leven. Het is dit eigene aan koffie dat zoveel genot kan brengen, niet alleen bij het proeven, maar óók bij het verbouwen. Wij verbouwen uitsluitend de koffieboon Arabica. Het is de beste boon die er is, bevat de minste cafeïne en hij ontwikkelt de volste smaak. Mits je hem precies goed behandelt. Maar het is ook de kwetsbaarste boon en tegelijkertijd brengt hij minder op. Ook hier geldt dus dat we een echte keus maakten: de grootste kwaliteit zit nu eenmaal in de Arabica. In dit opzicht kun je ons vergelijken met wijnboeren die een naam opbouwen. In alles wat we doen staat die kwaliteit voorop. Wij hebben koffieproevers in dienst, die voortdurend de kwaliteit in de gaten houden. Onze koffie hebben we gedoopt: La Torcaza.

We zijn dus kwetsbaar. Sommige jaren zijn beter dan andere. Als het te veel regent lopen we een deel van de oogst mis. Normaal hebben we duizend balen koffie. Soms maar driehonderd. We kwamen er achter dat we onze eigen verwerkingsfabriek nodig hadden. In 1993 kregen we die. De eigenaren van andere verwerkingsfabrieken waren niet geïnteresseerd in selectie van bonen. Zij kopen de bonen en verwerken ze, meer niet. Maar selectie is alles! Dat maakt onze koffie speciaal.

Een koffieboon is een kers. Hoe weet je wat de echt goede bonen zijn? Ik noem ze graag ‘de robijnen’, vanwege hun dieprode kleur. Rijpe koffiebonen zijn alle rood, maar welke daaronder zijn de robijnen? Dat ligt aan zoveel! Aan de densiteit, het gewicht. Dat meet je met water, de zwaarste bonen zinken. Vanaf het moment dat we gaan oogsten komt het proces neer op slechts één ding: selectie. Een voortdurende selectie. Dat begint bij onze arbeiders, het plukken is de eerste selectie. Dat gebeurt vanaf december tot maar liefst maart. Je moet telkens terug naar de plant, de kersen zijn namelijk niet tegelijkertijd rijp. Een plant bevat rijpe kersen, bijna-rijp of nog groen. Dat is de eerste selectie. De rode kersen selecteren we het eerst. Je moet tien keer terug naar een plant. Nooit eerder plukken dan wanneer de kers volrijp is! Daarom trainen we onze arbeiders die oogsten ook altijd. Sommige van hen komen elk jaar. We betalen ze per volume dat zij plukken meer dan gebruikelijk is, omdat we weten dat zij hun manden alleen met de rijpe bonen zullen vullen. Een waarschuwing en uiteindelijk zelfs ontslag moet volgen wanneer iemand zich daar niet aan houdt.

Het hele proces duurt lang. Het plukken, het ontdoen van de schil, het wassen, het fermenteren van de bonen. Eigenlijk doen we alles met de hand, we slaan geen stap over. De bonen laten we drogen in de zon. Daarna moeten ze drie maanden rusten, de Reposo. Louter commerciële koffieboeren doen dat alles niet. Maar de boon leeft verder nadat hij geplukt is! Daarom is die rust zo belangrijk, de boon ontwikkelt dan zijn volledige smaak. We roosteren onze eigen koffiebonen inmiddels, juist om die smaak te behouden. Het roosteren is weer een vak apart, dat we ons nu eigen gemaakt hebben. Op die manier doen we maar liefst vier maanden over het hele oogstproces. Deze rust kost natuurlijk geld. Maar wanneer je zo op kwaliteit gebrand bent als wij móet je de reposo voor lief nemen.

PanamaKoffie is een interactief product. De bonen worden geoogst, geselecteerd, bewerkt, en verscheept. Dat kun je allemaal perfect verzorgen. Maar in de keuken wordt de koffie dan daadwerkelijk gezet. En daar kan het óók misgaan! Met onze koffie zijn we pas klaar als het ook nog goed gezet is. Dat is het aandeel van onze klanten, onze afnemers. We zijn enkele jaren geleden in Frankrijk in contact gekomen met de oprichters van Bagels & Beans. Alsof dat voorbestemd was, want onze filosofieën stemmen volkomen overeen. Beiden willen we kwaliteit bieden, en nog meer dan dat. We richten ons heel sterk op de mensen met wie wij werken, ons personeel en onze klanten. Het komt eigenlijk neer op het volgende: we zijn heel gelukkig in wat we doen. We doen het met liefde. Dàt, is ons geheim."

Download dit verhaal in PDF formaat

(c) Copyrights Home Bagels & Beans Winkels Online Shop Nieuws Franchise Contact Links